Bemanning (m/v)

Even voorstellen: Marie-José en Joep. We zeilen al geruime tijd  samen en hebben langzaam maar zeker onze grenzen verlegd. Voorzichtig begonnen op het IJsselmeer en de Wadden, toen de Noordzee op naar Denemarken en de Engelse Oostkust, en vervolgens steeds verder: Schotland, Noorwegen, Azoren, Faeroer, IJsland.
Behalve enthousiaste zeilers zijn we ook nieuwsgierige reizigers, altijd benieuwd naar wat er achter de horizon te vinden is. En omdat onze nieuwsgierigheid verder reikt dan de kust en de haventjes, verwisselen we regelmatig onze zeillaarzen voor stevig wandelschoeisel.

Onze bestemmingen liggen vaak op de hogere breedtes. Kennelijk hebben wij ook last van wat reisboekenschrijver Gerrit-Jan Zwier 'noordelijk gevoel' noemt:

Mijn 'noordelijk gevoel' is op Vlieland begonnen, heb ik weleens beweerd. Ik omschreef dat vreemde gevoel als een romantische hang naar ruimte en eenzaamheid. De ervaring van het landschap staat voorop. Het gaat om grootse natuurlandschappen, uitgestrekte wouden, toendra's met blinkende meertjes en bergruggen aan de kim, gletsjers, vulkanische vlakten vol lava en puimsteen ...
Maar het vertrekpunt is Vlieland. Eerst het noorden van Nederland en dan steeds hogerop. Eigenlijk vormen de wadden de ondergrens van het noordelijke areaal. Het is mij vaak opgevallen: liefhebbers van het hoge noorden hebben meestal ook een zwak voor de waddeneilanden.
* Dat laatste kunnen we beamen.

* Gerrit-Jan Zwier, Mijn Wadden, uitgegeven bij Atlas, 2004.