Kriskras door de Hebriden

We vonden onze zwerftocht door de Hebriden het hoogtepunt van het rondje Britse eilanden dat we in 2025 zeilden. We schreven er over in het mei-nummer van 2026 van Zeilen ...
‘Die groene ton moet je wel aan stuurboord houden’, wijs ik Marie-José als we Port Ellen aanlopen. Ik probeer het kaartbeeld met de omgeving te matchen. Er ligt een rijtje, deels onder water verstopte, rotsen in de aanloop. We kunnen hier beter niet een stukje afsnijden en dan in het zicht van de haven op een rots varen. Even later ligt Vlieger langs de steiger en zetten wij voet aan wal op Islay, ons eerste eiland in de Hebriden. Islay ademt whisky: er zijn maar liefst tien distilleerderijen. Ze vormen een ware toeristische attractie. Toch laten we de distilleerderijen voor wat ze zijn en trekken er op uit op onze gehuurde mountainbikes. Islay heeft immers wel meer te bieden dan whisky. Toch ontkomen we er niet helemaal aan. We eten onze boterham in een groot veengebied, tussen stapeltjes drogende turf. ‘Die zijn vast voor de distilleerderijen’, zeg ik tussen twee happen door. Het gemoute gerst wordt hier namelijk op turfvuur gedroogd. Het geeft de Islay whisky’s hun typische rooksmaak.
![]() |
| Het haventje van Port Ellen (Islay) |
Na Islay te hebben uitgekamd, zetten we koers naar Gigha; een piepklein eiland. De naam heeft dan ook niets met gigantisch te maken, maar stamt uit het Oud-Noors en betekent iets als goed eiland. En dat blijkt helemaal terecht. ‘Kom we gaan maar weer eens oude stenen kijken’, plaagt Marie-José me met mijn belangstelling voor geschiedenis. We wandelen naar de Ogham stone: een rechtop staande steen met daarop een tekst in het Ogham schrift. Dat is een Keltisch, uit Ierland afkomstig, schrift uit de Vroege Middeleeuwen. Het bestaat uit streepjes, maar door verwering zijn ze nauwelijks nog zichtbaar. De betekenis ervan blijft dan ook in de nevelen van de geschiedenis gehuld.
Kolkend getij
‘Als we het nu zo uit mikken dat we Dorus Mor op de kentering passeren, dan pikken we de beginnende vloed op in de Sound of Luing.’ Ik volg onze route voor de volgende dag met mijn vinger over de kaart. Het wordt er één waarin we goed rekening moeten houden met het tij. Want het kolkt hier en daar met 7 knopen door de engtes. Dan kun je maar beter stroom mee hebben. Ondanks alle waarschuwingen voor getijderaces, wordt het een prachtige zeiltocht en schiet het ook nog eens lekker op met de stevige duw in de rug die de vloed ons geeft.
![]() |
| De Sound of Mull |
Na een stop in Oban zeilen we de Sound of Mull in. We zetten koers naar het kleurrijke Tobermory. ‘Daar!’ wijst Marie-José, ‘daar is nog een vrije mooring’. Het blijkt ook de laatste. Als we even later met de bijboot aan wal gaan, zien we dat de jachthaven ook helemaal vol ligt. We verbazen ons over de drukte. Want onderweg komen we zelden andere boten tegen. Meestal hebben we het water helemaal voor ons alleen.
Tobermory is een leuk, maar ook erg toeristisch plaatsje. Gelukkig biedt de omgeving volop ruimte voor eenzame wandelingen. Marie-José heeft een mooie uitgezocht. We struinen door het lege, woeste landschap naar Ardmore Point en genieten volop van de eenzaamheid. Wat een verschil met de drukte in het stadje zelf.
![]() |
| Het kleurrijke, maar ook drukke, Tobermory |
Rúm: het grootste van de Small Isles
We vervolgen onze weg noordwaarts, ronden Ardnamurchan Point, het meest westelijke punt van het vaste land van Schotland, en zetten koers naar Mallaigh. Dat is een mooi beschut haventje waar we een zomerstormpje over laten waaien. Als het weer wat rustiger is kruisen we in een nog behoorlijk onstuimige zee naar Rúm. Het is druilerig weer en we zien onderweg maar weinig van onze bestemming. In een grijs decor pikken we een mooring op in Loch Scresort. Maar de volgende dag is het alweer stralend weer. Eindelijk zien we de imposante pieken van Rúm. ‘Jantje huilt, Jantje lacht’, constateren we tevreden als we onder een strak blauwe lucht met het bijbootje naar de wal snorren.
![]() |
| Met het bijbootje naar de wal op Rúm |
Rúm is het grootste van de Small Isles, het groepje eilanden ten zuidwesten van Skye. Net als de meeste eilanden, was het lange tijd particulier bezit. De laatste eigenaar bouwde een werkelijk idioot groot, en bijzonder protserig landhuis. Het staat al jaren leeg en verkeert in een vergaande staat van verval. ‘Moet je kijken’, roept Marie-José. Ze tuurt door de smerige ramen naar binnen. Daar blijkt het hele interieur nog aanwezig, uitermate chic, maar wel grotendeels vergaan: de gaten vallen in de mottige gordijnen.
Van achter onze mooring kijken we uit op de hoge pieken van Skye. ‘Als we recht oversteken, komen we precies uit in Loch Slapin’, zeg ik bladerend in de pilot. ‘De pilot is ronduit lyrisch over deze, blijkbaar nauwelijks door jachten bezochte, ankerplek.’ De keuze voor onze volgende stop is gemaakt. Ook Skye verstopt zich de volgende dag in lage bewolking. Maar gelukkig klaart het op als we Loch Slapin naderen. Het is er inderdaad prachtig. We ankeren moederziel alleen achterin het loch met een werkelijk spectaculair uitzicht op de Red Hills. Het is doodstil, tot de roep van parelduikers ons in opperste staat van paraat brengt. We weten niet hoe snel we de kijkers moeten pakken en hebben al snel de beeldschone vogels in beeld.
![]() |
| De hoge pieken van Skye |
De kachel aan
Ook de rest van de westkust van Skye moet adembenemend mooi zijn. Maar we zien er, terwijl we er noordwaarts langs zeilen, maar weinig van. Skye blijft zich verstoppen in lage bewolking. We overnachten in het noordwesten aan een mooring bij het dorpje Dunvegan. Het miezert onophoudelijk en het is bar koud. ‘Heb jij nog zin om de bijboot op te pompen en aan wal te gaan?’, vraagt Marie-José. Haar toon maakt duidelijk dat zij er niets in ziet. Dat komt goed uit, want ik hoef ook niet zo nodig. We duiken de kajuit in en steken snel de kachel aan.
Een dag later is het weer prima weer en staat er een prettig zuidwestelijk windje. Genieten! We steken de Little Minch over naar de Buiten Hebriden, naar Harris, waar we een plekje vinden in het piepkleine, maar van alle gemakken voorziene, jachthaventje van Tarbert. De boot kan weer eens aan de walstroom, we vullen de watertank en draaien een flinke was.
Heimwee naar de Shiant Islands
Tarbert ligt min of meer tegenover de Shiant Islands. een bestemming waar we al lang naar uitkijken. Dit kleine groepje eilanden aan de noordkant van de Little Minch, werd in de jaren 30 van de vorige eeuw voor 1400 pond gekocht door de Britse auteur Nigel Nicolson. Zijn zoon Adam erfde de eilanden en schreef er een prachtig boek over wat in het Nederlands werd vertaald onder de titel Zeezicht. Hij verhaalt daarin met een aanstekelijk enthousiasme over het leven op de eilanden, de historie ervan, de woeste zee en de bijzonder rijke natuur. Als je nog niet van plan was deze eilanden ooit te bezoeken dan komt dat vanzelf als je Nicolson’s boek gelezen hebt, aldus de recensent van de Daily Telegraph. En dat kunnen we beamen: Nicolson weet je op te zadelen met heimwee naar een plek waar je nog nooit geweest bent.
![]() |
| De Shiant eilanden voor de boeg |
Er staat geen zuchtje wind als we over een spiegelgladde zee richting de Shiant eilanden motoren. Meestal balen we als we niet kunnen zeilen. Maar ditmaal niet. Want de vlakke zee laat ons het rijke zeeleven van de Hebriden in al haar uitbundigheid zien. We spotten doorlopend dolfijnen. Wat verderop zien we regelmatig dwergvinvissen bovenkomen voor een hap adem. Rondom drijven grote groepen zeevogels. De Shiant eilanden zelf zijn werkelijk prachtig. We vergapen ons aan de hoge kliffen met imposante basaltkolommen. De eilanden zijn onbewoond, maar herbergen duizenden zeevogels: drieteenmeeuwen, papegaaiduikers, alken, jan van genten en tal van andere soorten. We weten niet waar we moeten kijken.
Keuzestress
We vinden een mooi stil en beschut ankerplekje in Loch Claidh op Lewis, het meest noordelijke eiland van de Buiten Hebriden. Het is maar één van de vele ankerplekken die onze pilot aanbeveelt. Ze klinken allemaal even aantrekkelijk en we zouden ze eigenlijk allemaal wel willen aandoen. Je zou er haast keuzestress van krijgen. Toch wordt het zo langzamerhand tijd de wat meer bewoonde wereld op te zoeken. De voorraden moeten aangevuld - het assortiment in de dorpswinkels op de kleinere eilanden is nogal beperkt - en we moeten ook hoognodig eens naar de kapper. We zeilen naar Stornoway helemaal in het noorden van Lewis. Stornoway is weer eens een echt stadje met een flinke jachthaven. Maar het kan ons verder niet zo heel erg bekoren. We zoeken liever de stilte op.
Na opnieuw een mooie ankerstop bij Scalpay, meren we Vlieger af aan het laatste vrije plekje aan de uit één drijvende steiger bestaande Lochmaddy Marina. Er is weer pittig weer op komst en hier liggen we mooi beschut. Maar Lochmaddy biedt ook goed beschutte ankerplekken. Verschillende boten vinden daar een goed heenkomen. De koppige golven die de wind in de baai opzwiept, maakt het voor hen echter ondoenlijk om met de bijboot naar het dorp over te varen. Wij kuieren de steiger af voor een mooie wandeling langs het met kleine eilandjes en rotsen bezaaide Lochmaddy. De beloofde otters laten zich helaas niet zien.
![]() |
| Aan de steiger bij Loch Maddy |
Als Jan de Wind is uitgeraasd, steken we opnieuw de Little Minch over. Langs de ruige westkust van Skye zeilen we naar Loch Harport. Het anker valt aan het einde van het loch bij het dorpje Carbost. Het is opnieuw een ankerplek with a view. Aan de ene kant kijken we uit op de indrukwekkende pieken van de Cuillin mountains én aan de andere kant op de befaamde Talisker distilleerderij. Wat wil je nog meer! Bovendien blijkt de Old Inn in Carbost niet alleen erg gezellig maar ook prima eten te serveren.
![]() |
| Ankerplek 'with a view' bij Carbost |
Canna steelt onze harten
Dat het toch nog weer mooier kan, blijkt als we enkele dagen later Canna Harbour binnenlopen. Ankeren heet er lastig te zijn vanwege de dichte kelpvelden. Maar met behulp van de aanwijzingen in de pilot weten we een goede plek te vinden. Het anker pakt meteen en blijft ook als we hard achteruitslaan op zijn plaats. Dat ligt goed! Met een blik op de dreigende lucht maken we maar snel de bijboot klaar voor een rondje over het eiland.
![]() |
| Canna Harbour |
Tijdens dat eerste rondje steelt Canna onze harten. Het kleine eiland is werkelijk een pareltje. En het blijft nog droog ook. We eindigen onze wandeling met een mooie lokaal gebrouwen ale op het terras voor Café Canna. ‘Wat is het hier toch mooi’, verzuchten we uitkijkend over de baai waar Vlieger achter haar anker ligt te schommelen. De volgende dag is het wel uitermate druilerig. Toch kunnen we het niet laten om nog een dagje te blijven voor een langere wandeling en om Canna wat beter te leren kennen.
![]() |
| Canna |
Intussen merken we dat we onze startaccu moeten vervangen. Het kost steeds meer moeite de motor te starten. Ik baal ervan dat ik de accu niet thuis, voor vertrek heb vervangen. Want een nieuwe vinden blijkt lastig in deze wereld waar jachthavens, -werven en watersportwinkels schaars zijn. Maar na een poosje rondbellen hebben we gelukkig beet bij het Ardfern Yacht Center. We boeken er voor de zekerheid een ligplaats voor twee nachten, want we zullen wel wat moeten sleutelen om een passend plekje te maken voor de nieuwe accu. Maar na één middagje klussen, staat de nieuwe accu al netjes en stormvast op zijn plaats.
Storm Floris
Nu we een dag over hebben, maken we een mooie lange wandeling die ons naar de overkant van het Crainish schiereiland voert. We kijken er uit over Croabh haven, een jachthaven te midden van met dijken onderling verbonden eilandjes. ‘Dit is wel écht een super beschutte jachthaven’, merk ik terloops op, als we aan de terugweg naar Ardfern beginnen.
Hoewel Jura naast Islay ligt, hadden we het aan het begin van onze reis overgeslagen. Maar eigenlijk willen we er nog wel heen. Vanuit Ardfern is het, zeker met hulp van het tij, maar een kleine dagtocht. Vroeg in de middag pikken we een mooring op bij het dorpje Craighouse. Opnieuw kijken we uit op een whisky distilleerderij. Maar ook op de indrukwekkende Paps of Jura die hoog boven de baai uittorenen. Jura is een fors eiland, met een piepkleine bevolking en een enorme populatie herten. Het imposante lege landschap maakt dat we het niet kunnen laten een dagje te blijven plakken voor een mooie, lange wandeling naar het Loch a’ Bhaile Mhargaidh.
![]() |
| Jura: op weg naar Loch a’ Bhaile Mhargaidh |
Maar bij dat ene dagje moeten we het wel laten. Er kondigt zich al enkele dagen een flinke storm aan in de verwachtingen. Hij heeft ook al een naam gekregen: Floris. Het lijkt heftig te worden: windkracht 10. We herinneren ons het beschutte haventje van Craobh dat we tijdens onze wandeling vanuit Ardfern hadden gezien en reserveren er een ligplaats. Het wordt een mooie zeiltocht. Niets wijst er op dat er zo’n slecht weer op komst is. Craobh blijkt, behalve een goed beschutte haven met puike voorzieningen, weinig te bieden te hebben. Het lokale hotel met aanpalende pub is al sinds 2023 ‘tijdelijk’ gesloten. Dat geldt ook voor het plaatselijke winkeltje. We weten intussen echter de weg en maken, als het brood dreigt op te raken, een mooie wandeling naar Ardfern waar wel een winkeltje is.
De avond voordat de storm zal losbarsten, leggen we Vlieger extra goed vast en maken het dek leeg. De stormwaarschuwingen lopen intussen op tot 11 Beaufort. We vinden het spannend. Maar Craobh blijkt inderdaad een prima plek om voor een storm te schuilen: het lawaai is weliswaar enorm, maar verder is er weinig aan de hand. Als de rust in de atmosfeer is teruggekeerd, wordt het tijd om de Hebriden te verlaten. Na nog een stop in Oban zeilen we naar Corpach waar we onder de Ben Nevis ankeren. Een dag later schutten we het Caledonisch Kanaal in. De terugreis is begonnen.
![]() |
| Op weg naar Corpach |
Praktisch
We vinden het fijn om, naast de digitale Navionics-kaart in de plotter, papieren kaarten aan boord te hebben. Niet alleen als back-up, maar ook omdat ze een veel beter overzicht bieden. Wij gebruikten Imray-kaarten: van zuid naar noord zijn dat de C64, C65, C66 en C67. De Reeds biedt een nuttige almanak voor getijdengegevens, maar beschrijft slechts enkele havens en baaien in de Hebriden. Maar de pilots van de Clyde Cruising Club – uitgegeven door Imray – bevatten een schat aan informatie over de kleinere havens en de mooiste ankerplekken en geven bovendien nuttige zeilaanwijzingen. Je hebt er drie nodig voor het hele gebied: Kintyre to Ardnamurchan; Ardnamurchan to Cape Wrath en Outer Hebrides. Tot slot biedt het prachtige The Scottish Isles van Hamish Haswell-Smith een rijke bron van informatie over de geografie en geschiedenis van alle Schotse eilanden.
Het volledige rondje Britse eilanden beschrijven we in de blogpost Rond de Britse eilanden: zeilen naar Ierland en de Hebriden.












