woensdag 20 december 2023

Zomer 2023: Shetland revisited

Het zat al een tijdje in ons hoofd: weer eens wat uitgebreider naar de Shetland eilanden. Op zaterdag 10 juni gooien we los, en zeilen naar Den Helder. De vooruitzichten zijn zo goed, een aanhoudende noordooster, dat we ons zelf een lummeldagje in Den Helder gunnen. Maar maandagochtend, op het staartje van de uitstaande eb, zeilen we het Schulpengat uit. We zetten koers naar het noordwesten.

Het is mooi zeilen. Onderweg zien we het vogelleven van de Noordzee veranderen. Langs de Nederlandse kust zijn het vooral meeuwen die de dienst uitmaken. In het Schulpengat zien we ook nog een grote stern aan het vissen. Ze broeden bij de Prins Hendrikzanddijk op Texel. Eenmaal wat verder uit de kust zien we de eerste Jan-van-Gent. En niet veel later verschijnen de Noorse stormvogels met hun balletachtige vlucht over de golven. Vliegende witlofstronkjes noemden zeilers die we jaren geleden in Blyth spraken ze. We wisten meteen welke vogel ze bedoelden. Echt een flink stuk noordelijker spot Marie-José de eerste zeekoeten. Intussen is het na een prachtige snelle zeiltocht, windstil geworden en snort de motor. De vlakke zee heeft als voordeel dat we grote groepen papegaaiduikers spotten. Dan zitten we nog net ten zuiden van de Farne Islands.

Widows and bairns in Eyemouth
Na een lange nacht motoren lopen we Eyemouth binnen. We zijn er vaker geweest, maar toen stond er op de kade nog niet het indrukwekkende monument Widows and Bairns. Het herinnert aan één van de drama’s waarmee elk vissersdorp wel een keertje is geconfronteerd. Hier was het op een vrijdagmiddagmiddag in oktober 1881. Er vergingen toen in een zware storm 20 visserschepen. Er verdronken 129 vissermannen. Ze lieten 78 weduwen en 182 kinderen achter. De haast eindeloze rij vrouwen- en kinderfiguurtjes laat zien hoe groot de impact van zo’n ramp geweest moet zijn geweest. We waren er stil van.

Het blijft intussen alsmaar blak. We besluiten nog een dagje in Eyemouth te blijven en maken een mooie wandeling langs het kustpad naar St. Abb’s Head. Als we een dag later wel vertrekken is het echter nog steeds blak. Na een etmaal motoren lopen we in potdichte mist Peterhead binnen. Gelukkig klaart het ook weer op en als er dan enkele dagen later een mooie zuidelijke bries opsteekt, gooien we los om in één ruk naar Fair Isle te zeilen.

Fair Isle
Het wordt de zesde keer dat we de Vlieger vastmaken in North Haven op Fair Isle. Maar ditmaal moeten we wel even slikken als we in alle vroegte binnenlopen. Het is namelijk druk. Er doemt een heel trosje mastjes op uit de mist. Veel zeilers zien Fair Isle vooral als handige tussenstop tussen de Orkney eilanden en Shetland. Het ligt er zo goed als halverwege tussenin en maakt het mogelijk de oversteek in twee dagtochten op te knippen.

Voor ons is Fair Isle echter een doel op zich. We zijn verknocht geraakt aan de charme van dit kleine stipje in de Noordzee. Iedere keer opnieuw raken we diep onder de indruk van de rijke natuur. Neem alleen al de duizenden zeevogels die er op de steile kliffen broeden: alken, zeekoeten en de koddige papegaaiduikers. Wat dieper het land in treffen we broedende Noordse sterns en zowel kleine- als grote jagers. Hun felle duikvluchtaanvallen maken een wandeling tot een enerverende bezigheid.

Als we na een paar mooie wandeldagen horen dat er een groot vrachtschip komt met materiaal voor de herbouw van het in 2019 afgebrande Bird Observatory, besluiten we dat we maar weer eens verder moeten. Want hoe mooi ook, Fair Isle is niet de enige prachtplek die Shetland rijk is. We zetten koers naar het noorden. We zeilen ruim om Sumburg Head – het zuidpuntje van Mainland - heen om niet in de beruchte Sumburg Roost verzeild te raken. Daarna zeilen we de Grutness Voe in waar we het anker laten vallen. Volgens de pilot is het enige minpuntje van deze mooie beschutte baai dat het er lawaaierig kan zijn vanwege het nabij gelegen vliegveld. Dat blijkt een understatement. De af- en aanvliegende helikopters maken dat we elkaar nauwelijks kunnen verstaan. Toch besluiten we te blijven, want Grutness Voe is een uitgelezen plek voor een wandeling naar Sumburg Head. We pompen de bijboot op en torren naar de pier.

Papegaaiduikers op Sumburg Head

Sumburg Head is ook weer een vogelparadijs. De kliffen zitten bomvol papegaaiduikers en zeekoeten. Vanuit de kaap worden ook vaak walvissen gespot, maar die laten zich vandaag helaas niet zien. Als we aan het einde van de middag weer aan boord stappen is de drukte op het vliegveld helemaal voorbij. We genieten van een mooie, en gelukkig ook stille, avond. De simmer dim, zoals de Shetlanders de mid-zomerperiode noemen waarin het ’s nachts niet echt donker wordt, houdt ons nog lang in de kuip. De volgende dag zit het weer potdicht met mist. Omdat het in Lerwick bomvol ligt met de deelnemers aan de Bergen-Shetland race, besluiten we te blijven waar we zijn en lummelen lekker een dagje aan boord rond.

Een dag later blaast een straffe zuidooster ons naar Lerwick. Hoewel de wedstrijdzeilers vanochtend zijn vertrokken is het er nog behoorlijk vol. In de Small Boat Harbour kan er echt geen boot meer bij. Wij schuiven daarom maar het veel minder beschutte Albert Dock in en sluiten wederom als derde langszij aan. We blijven ditmaal maar kort in Lerwick. We zijn er vaker geweest, vinden het te druk en hebben zin om de rest van de archipel te verkennen.

De eerstvolgende stop wordt Whalsay. Daar zijn we nog niet eerder geweest. Het eiland kreeg de naam Whalsay van de Vikingers. Het eiland (oy) lijkt in de verte namelijk op een walvis (hval). Wij zagen er een dwervinsvis in, met het kenmerkende kleine stompe rugvinnetje. De naam Hvals Oy verengelste later tot Whalsay. Plaatsnamen met een oud-Noorse oorsprong kom je trouwens overal op de Shetland eilanden tegen. De Vikingers koloniseerden de eilanden vanaf de 8e – 9e eeuw waarna ze tot het einde van de Middeleeuwen onder Noors bestuur bleven. De namen die de Vikingers meebrachten beschrijven vaak landschappelijke kenmerken. Lerwick, waar we de afgelopen dagen verbleven, was genoemd naar de modderige baai (wick) waar het aan lag. Ook Voe (zoals in Grutness Voe) duidt op een baai.

Fetlar

We blijven maar één nachtje op Whalsay. Er wordt namelijk voor een aantal dagen rustig weer verwacht met een zuidelijke wind. Dat biedt een uitgelezen kans om het eiland Fetlar te bezoeken. Fetlar heeft geen goed beschutte ankerbaai. Maar met deze zuidelijke wind is de Wick of Grutting wel een goede ankerplek. We liggen er moederziel alleen in een prachtig decor. Ons enige gezelschap is een zeehond en een paartje roodkeelduikers.

Het strandje aan de kop van de baai biedt een goede plek om met ons bijbootje te landen. We maken een mooie wandeling naar de Mire of Funzie en het Loch of Funzie. Ook daar spotten we weer roodkeelduikers, maar ook watersnippen, tapuitjes en regenwulpen. De beloofde rosse franjepoten laten zich echter niet zien.

Hoewel de Wick of Grutting met zuiden wind een goed beschutte ankerplek biedt, ligt ze voor vrijwel elke andere windrichting nogal open. Omdat de komende dagen veel wind wordt verwacht, die bovendien met een overtrekkende depressie alle kanten op zal draaien, moeten een beter beschut plekje zoeken. Dat wordt de Balta Sound op Unst.

We gooien er het anker uit tegenover het piepkleine haventje en hebben de baai weer helemaal voor ons alleen. Het wordt de meest noordelijke ankerplek van deze zomer. En dat is mooi, want het is Unst waar het credo 'het meest noordelijke van' onontkoombaar is. Allereerst is Unst het meest noordelijke bewoonde eiland van het Verenigd Koningrijk. Hier in Balta Sound bevindt zich het meest noordelijke post office. Bovendien herbergt Unst het meest noordelijke hotel van het en ook de meest noordelijke bierbrouwerij. Als we ons niet al te kieskeurig opstellen, dan kunnen we ook de meest noordelijke vuurtoren van het VK aan Unst toerekenen. Eigenlijk staat die op Muckle Flugga, maar die rots ligt vrijwel tegen Unst aan. Doen we niet moeilijk over. Wat dat betreft is Unst wel een mooie plek om de steven te wenden en vanaf hier weer zuidwaarts te gaan. We benutten de verwaailigdag voor een bezoek aan het Keen of Hamer natuurreservaat.

Onze volgende bestemming zijn de Out Skerries. Maar we maken eerst een stop bij Mid Yell. Door de pittige zeegang die de storm heeft opgebouwd lijkt het ons niet verstandig de Out Skerries nu al aan te lopen. Die aanloop kan namelijk nogal ruig zijn. De Out Skerries liggen ver ten oosten van de rest van de Shetland eilanden en daarmee ook ruimschoots buiten de luwte die je met de overheersende westenwinden meestal aan de oostkant van de archipel vindt. Mid Yell biedt een bom proof ankerplek.

Out Skerries
Het blijkt maar goed dat we de zee een dagje hebben laten uitklotsen. Want de aanbevolen Northeast Mouth van de Out Skerries ziet er ook een dag later nog angstaanjagend uit. De zee breekt in grote schuimmassa’s op de rotsen aan weerszijden van de ogenschijnlijk smalle ingang. In de ingang lijken echter geen brekers te staan. We besluiten dat het moet kunnen en rollen met de dikke deining achterop naar binnen. Daar meren we vervolgens in volkomen vlak water af aan de pier.

De Out Skerries vormen een kleine archipel op zichzelf, bestaande uit drie wat grotere eilanden (Grunay, Bruray en Housay) en een hele zwerm rotsen. We trekken er een dag voor uit om een mooie wandeling te maken rondom Bruray en over de noordelijke helft van Housay.

Als we een dag later vertrekken is het helemaal blak en ligt de zee er bij als een spiegel. We zetten koers naar Lerwick waar we een wasdag op het programma hebben staan. Als we onderweg echter de lange termijn verwachting bekijken, zien we dat er slecht op komst is. Daardoor zouden we na onze wasdag verwaaid komen te liggen in Lerwick en wordt onze thuisreis wel wat krap. We besluiten daarom door te zetten naar Kirkwall op de Orkney eilanden. Onderweg – het is helemaal blak - maken we de boot klaar voor de langere trip naar Kirkwall.

Kirkwall

Hoewel de gribfiles ons, als we eenmaal voorbij Sumburg Head zouden zijn, een mooie zuidoosten wind beloven, blijft het blak. We motoren de nacht door naar Kirkwall waar we vroeg in de ochtend afmeren. Het gaat inderdaad briesen waardoor we enkele dagen in Kirkwall komen vast te liggen. Gelukkig heeft ook Kirkwall een wasserette. Als het is uitgebriesd, blijkt de wind weer helemaal op. We motoren grotendeels naar Peterhead waar we, alweer, een dagje schuilen voor veel te veel wind.

Het lijkt er op dat we na onze verwaailigdag in Peterhead rechtsreeks terug naar Nederland kunnen zeilen. We zouden dan net voor de volgende storm in Den Helder kunnen zijn. Maar dit plan valt in duigen, want volgens een latere voorspelling zal voor de storm uit de wind naar het zuidoosten draaien en aantrekken tot een dikke zes. Dat betekent dat we het laatste stuk tegen een snel opbouwende zee zouden moeten kruisen en we het dus niet gaan halen voordat de storm losbarst. In plaats van rechtsreeks naar Nederland te zeilen, maken we een tussenstop in Hartlepool. Helaas blijkt opnieuw het alles of niets scenario geldig, en wordt het wegens een absoluut gebrek aan wind motoren naar Hartlepool.

Daar liggen we weer enkele dagen verwaaid. Als we uiteindelijk kunnen vertrekken is … jawel … de wind weer grotendeels op. De eerste uren kunnen we nog wel wat zeilen, maar verder is het vooral een lang eind motoren terug naar Den Helder. We zijn blij als we kort na middernacht in de KMJC-jachthaven vastmaken. We troosten ons met de befaamde nasi in de jachtclub en motoren (alweer!) een dag later terug naar onze thuishaven.

We hebben een korte video gemaakt van onze Shetlandreis.

En een animatie met de gezeilde route.