zondag 27 juni 2010

Siglufjordur: het haringavontuur

Onze vorige blogpost eindigde in de barre eenzaamheid van de Veideysufjordur waar we de volgende ochtend in de mist wakker werden. Het was wederom bitterkoud en de wind raasde onverminderd door het tuig. We lagen echter als een huis en merkten toen we ankerop gingen ook al snel waarom. Het koste veel moeite het anker uit de keileem te breken die de gletsjers hier in de fjord hebben afgezet. Prima ankergrond!
Na ankerop staken we over naar Isafjordur. Daar zijn we een paar dagen gebleven om de omgeving over land te bekijken.
Isafjordur was ook de eerste haven na Reykjavik waar we andere jachten troffen. Gezellig! We belandden met onze nieuwe zeilvrienden in een kroegje bij het visserijmuseum. Eventjes, zo hadden we ons voorgenomen. We hadden voor de volgende dag namelijk een fikse tocht op het programma staan. Maar pas toen we buiten de bergen in een prachtig rood licht zagen staan - verlicht door de midzomernachtzon - realiseerden we ons dat het al ver na middernacht was.
De "day after the night before" voelden we ons dan ook allebei een beetje brak. Gelukkig hadden we een relatief rustig tochtje - tot we Horn rondden. Daar nam de wind flink toe en zeilden we al snel weer onder gereefd tuig. En hoewel onze Vlieger vrolijk in de snel opbouwende zee sprong, reageerden wij wat minder enthousiast. Pas na anderhalf etmaal kruisen konden we de Vlieger vastmaken in de haven van Siglufjordur.
De volgende ochtend meldde de havenmeester zich. Hij zat een beetje met ons in zijn maag want hij verwachte twee grote trawlers en we lagen in de weg. Na enig overleg wist hij toch een plekje te vinden waar we konden liggen. De meeste IJslandse havens zijn niet ingericht op jachten. Alleen in Reykjavik troffen we een speciale jachtensteiger. In andere havens lagen we tegen met grote tractorbanden beklede kades en probeerden we in overleg met de havenmeester of lokale vissers een plekje te vinden waar we niet in de weg zouden liggen.
Siglufjordur is de stad van het haringavontuur, zo leerden we later die dag in het Haringmuseum. Er werden tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw werkelijk onvoorstelbare hoeveelheden haring aan wal gebracht en verwerkt. Het trok een imposante bedrijvigheid en bracht veel rijkdom met zich mee. Nadat de zee echter volledig was leeggevist, verdween de haringindustrie weer zo snel als ie was opgekomen. Het was niet bepaald een duurzame bedrijfstak.