14 juli 2018

Over scharrelen en scheren

We scharrelen nu alweer enige tijd door de Zweedse en Noorse scheren en hebben daarbij kennis gemaakt met een voor ons nog onbekend vaargebied.
Zowel de Zweedse westkust als de Noorse zuidkust is bezaaid met eilandjes en rotsen. Daartussen liggen talloze mooie beschutte natuurlijke haventjes waar je kunt ankeren of, zoals de Scandinaviers graag doen, de boot aan een rots kunt afmeren. Dat laatste ofwel met de boeg op een rots en een hekankertje achteruit, ofwel gewoon langzij een rots. Op veel plaatsen zijn pennen in de rotsen geslagen om je boot aan vast te maken. En anders is er wel een boom waar een landvast aan vastgeknoopt kan worden.
Wij wilden natuurlijk ook die Scandinavische afmeergewoonten uitproberen.
Bij het Zweedse eilandje Rammen lagen we met de boeg aan een rots en een hekanker achteruit. Maar waar bijna alle Zweedse en Noorse boten zijn uitgerust met een keurige constructie om een hekanker makkelijk te laten vallen en op te halen, soms zelfs compleet met electrische ankerlier, moesten wij daarvoor nog wel wat improviseren. Het lukte allemaal, maar echt handig was het niet. Langszij een rots hebben we ook wel geprobeerd, maar helaas was het op de enige vrije plek bij Bukkholmen net te ondiep. We houden het daarom over het algemeen maar gewoon bij ankeren.
Wat dat betreft zijn we dus nog niet helemaal ingeburgerd. Maar de Scandinavische gewoonte om na een warme dag een lekkere frisse duik vanaf de boot te nemen, hebben we wel overgenomen. Het maakt die natuurlijke haventjes extra aantrekkelijk.