29 april 2016

Pieken en dalen op de Lofoten

Hoge met sneeuw gelardeerde pieken rijzen steil omhoog uit zee. In de dalen ertussen treffen we kleine haventjes. We hadden er naar uitgekeken naar de Lofoten te zeilen, gelokt door de mooie foto’s van zeilers die ons voorgingen naar deze archipel, een slordige 100 zeemijlen boven de poolcirkel aan de Noorse kust. Maar eenmaal rondzeilend tussen de machtige eilanden slikken we ook enkele teleurstellingen weg. Pieken en dalen dus, ook in hoe we de Lofoten ervaren…

Zo begint het artikel dat we schreven voor Zilt magazine (nummer 121):
Het begint mooi. Op een vriendelijke junidag steken we met een zuidelijk windje vanuit Bodø de Vestfjord over naar Vaeroy, het op één na zuidelijkste eiland van de Lofoten. Het steekt hoog tegen de horizon af en laat zich, dankzij de heldere lucht, al van verre zien. Achterin de haven ligt een piepklein jachthaventje met enkele ligplaatsen voor ‘gjeste’. We kijken er uit op enorme houten stellages, waaraan stokvis hangt te drogen. Het gros van de vangst wordt geëxporteerd naar vooral Zuid-Europa. De Lofoten zijn dé plek voor stokvis. ’s Winters trekken enorme scholen kabeljauw naar de wateren rondom de eilanden om te paaien en het klimaat is er ideaal om de gevangen vis te drogen.
Reine is een tegenvaller. Het plaatsje figureert in alle folders. En het ligt ook prachtig, aan een baai omgeven door machtige pieken. Maar het is er ook verschrikkelijk druk. Een enorme stoet voorbijrazende campers, caravans en motoren over de enige weg rondom de baai, ontneemt ons elke lust een wandeling te maken om de omgeving te verkennen. We laten het prachtige decor vanuit de kuip op ons inwerken, en besluiten de volgende dag maar een haventje verder te gaan.
Het wordt Nusfjord en hoewel dit een openlucht museum is - een beetje het Marken van Noorwegen - blijkt het een alleraardigst haventje. Waarschijnlijk komt dat omdat Nusfjord niet aan de E10 ligt. Deze weg, ook wel de ‘Lofoten highway’ genoemd, verbindt via tunnels en bruggen een gedeelte van de sliert eilanden met het vaste land van Noorwegen. Voor het verkeer, veelal op weg naar de Noordkaap, is het daardoor maar een klein ommetje de Lofoten ook mee te nemen. Althans dat gedeelte wat direct aan de weg ligt, zoals Reine. Nusfjord is kennelijk een te grote omweg. We vinden het er heerlijk! Dat Nusfjord ook nog eens het startpunt is van een mooie wandeling, maakt ons alleen maar enthousiaster.
De les de E10 zo veel mogelijk te mijden, bepaalt onze verdere zwerftocht door de Lofoten. Skrova, helemaal niet over de weg bereikbaar, blijkt weer een prachtig eiland. Een lange wandeling brengt ons naar een hagelwit strandje aan de noordzijde van Skrova. We kijken uit op de machtige zuidhelling van Lille Molla, waarvoor, in de beschutting van wat lagere eilandjes, een mooi baaitje ligt. “Daar moeten we ook nog heen”, vindt Marie-José.

Maar eerst willen we nog wat andere plekken opzoeken. Zoals de Gulvika, ofwel Gouden baai, een baai die zijn naam eer aandoet. We grillen er onze zelfgevangen visjes en genieten mateloos van het enige echte Robinson Crusoe-gevoel. Daarmee vergeleken is Svolvaer, wat ook in elke folder wordt aangeprezen, weer een tegenvaller. Het ligt dan ook aan de E10.
Enkele dagen later schuiven we de Vlieger door de indrukwekkend smalle ingang van de Trollfjord. We meren af aan het steigertje van de waterkrachtcentrale. Als ’s avonds de rondvaartbootjes zijn verdwenen, de Trollfjord is helemaal niet over de weg bereikbaar, hebben we het rijk voor ons alleen. We slapen in op het geruis van de waterval.
En dan is het toch tijd voor dat mooie baaitje bij Lille Molla. Voorzichtig laveren we tussen de eilandjes door het baaitje in. Het anker zakt in de spierwitte zandbodem. Nog voor de ketting is uitgevierd, vliegt de eerste zeearend over. En kort daarna nog een. En nog een. Lille Molla blijkt een
waar zeearendenparadijs. De volgende ochtend pompen we het bijbootje op voor een zeearendensafari. We struinen over hagelwitte strandjes, krijgen een stijve nek van al die zeearenden en zoeken koudwater koraal. Omdat het altijd goed is op het hoogtepunt te stoppen, besluiten we dat
Lille Molla ons laatste eiland op de Lofoten wordt. We zetten weer koers naar het zuiden.

(Dit verhaal verscheen in Zilt Magazine, nr. 121, mei 2016)