17 juni 2010

Sneafellsjokull: land van vuur en ijs

Marie-Jose haar verjaardag valt samen met de nationale feestdag van IJsland. Er heerst een feestelijke stemming in Olafsvik. Maar misschien komt dat vooral doordat het prachtig weer is: er staat nauwelijks wind en de zon schijnt uitbundig. Een mooie dag om de Sneafellsjokull te beklimmen vinden we.

De Sneafellsjokull is de vulkaan waar Jules Verne de reis naar het binnenste der aarde laat beginnen. De top van de oude vulkaan gaat schuil onder een kleine ijskap. Het verhaal gaat dat de Sneafellsjokull magische krachten bezit. We kunnen ons zulke verhalen wel voorstellen, de wit gekuifde vulkaan oefent op de een of andere manier een grote aantrekkingskracht uit.
We hadden de Sneafellsjokull al gezien toen we vanuit Reykjavik deze kant op kwamen zeilen. Aan het begin van de avond tekenden zich toen eerst langzaam maar zeker de vage contouren van het Sneafellsnes schiereiland tegen de horizon af. Naar boven toe vervaagden ze in de laag hangende bewolking. Maar op een zeker moment priemde de ijskap boven de wolken uit. Een fabelachtig gezicht. Even later was alles weer in de wolken verdwenen. Maar toen we in de loop van de nacht het schiereiland rondden, de zon stond nog boven de horizon, hadden we doorlopend de gletsjer over stuurboord in beeld.
De wandeling van Olafsvik naar de gletsjer leidt eerst langs de kust van de Breidafjordur, een brede en zeer vis- en vogelrijke baai. We zagen grote groepen Noordse sterns en eidereenden. Van die laatsten wordt hier volop het dons uit de nesten verzameld. In de kliffen langs de kust nestelen Noorse stormvogels. Hun geknor hoorden we trouwens nog opmerkelijk ver van de kust. Ook daar bieden de steile kliffen kennelijk geschikte nestgelegenheid voor deze toch typische zeevogels. In de graslanden langs de kust zagen we ook nog verschillende watersnipjes. Toen we de kust eenmaal achter ons hadden gelaten en al flink waren geklommen, zagen we een regenwulp een raaf verjagen (huh? een regenwulp! een raaf!). Tja, de avifauna van IJsland is dan wel niet zo soortenrijk, maar van de soorten die je hier ziet, worden wij wel enthousiast. Het is onvoorstelbaar hoe groot en leeg dit land is. Toen we onderweg naar boven onze boterham zaten te eten, werd de stilte slechts doorbroken door de klagende roep van goudplevieren.
En een maal boven stonden we oog in oog met de Sneafellsjokull. Hier is IJsland echt het land van vuur en ijs, waar het zich zo graag mee afficheert. Tegen het gitzwarte lavagesteente, steekt het wit van de sneeuw fel af. Op onze weg naar beneden zagen we aan de overkant van de Breidafjordur de besneeuwde pieken van de Vestfirdir boven de wolken uitsteken. Dat wordt ons volgende reisdoel.