19 januari 2014

Heimwee naar Fair Isle

Onze eerste kennismaking met Fair Isle vond plaats op een nevelige ochtend in de zomer van 2005. Marie-José had me net gepord nadat ze de steile kliffen van het eiland had verkend. We vonden het spannend. Niet alleen omdat we hoog gespannen verwachtingen hadden van ons bezoek aan dit eiland, maar vooral omdat het ons niet helemaal duidelijk was hoe we de haven moesten aanlopen.
Want onze geleende pilot van de Clyde Cruising Club beschreef die aanloop wel in detail, maar liet ook een nogal wezenlijke vraag onbeantwoord.

Volgens de beschrijving moesten we, om enkele onder het water liggende rotsen in de aanloop van North Haven te omzeilen, de Stack in lijn houden met Sheep Craigh. Tot zover helder. En het kaartje in de pilot liet ook duidelijk zien dat de Stack de rots was aan het einde van het dammetje in de haveningang. Ook helder. Maar wat was dan Sheep Craigh? Daar gaf het kaartje geen enkele aanwijzing over en de tekst ook niet.
Natuurlijk zouden we met de informatie uit het schermpje van de GPS de ingang moeten kunnen vinden zonder – letterlijk in het zicht van de haven - op een rots te lopen. Maar we vinden het toch ook wel prettig de juistheid van al die cijfertjes in het schermpje te checken met een eenvoudige zichtpeiling.
Gelukkig kregen we wat dichter onder de kust al snel door wat Sheep Craigh moest zijn: een bijzonder opvallend gevormde hoge rots. Later leerden we dat Sheep Craigh zo heette omdat het vroeger gebruikelijk was met de roeiboot enkele schapen naar deze rost over te varen om ze vervolgens met touwen naar boven te hijsen. Ze konden dan de hele zomer op het gras bovenop de rots grazen. Elk sprietje telde kennelijk.
Fair Isle is een bijzondere plek. Het eiland ligt zo’n beetje halverwege Orkney en Shetland en is de meest afgelegen bewoonde plek van het Verenigd koninkrijk. Het eiland vormt echter tegelijkertijd een belangrijk knooppunt in belangrijke vogeltrekroutes. Het Bird Observatory op Fair Isle is dan ook een begrip onder vogelwaarnemers. Vooral in het voor- en najaar, tijdens de vogeltrek, verzamelen zich er ornithologen uit de hele wereld. Er is dan geen kamer meer te krijgen in de bij het observatory behorende lodge. Zeilers komen trouwens ook in de lodge. De meesten niet zozeer voor de vogels, maar vooral omdat je er een warme douche kunt nemen en een pint bier kunt drinken. Want een pub ontbreekt op dit mooie eiland.
Op wandelafstand van het Bird Observatory ligt het George Waterston Memorial. Een piepklein museum, waarin de historie van het Bird Observatory een prominente plek inneemt. George Waterston was er namelijk de oprichter van. Hij onderkende de functie van Fair Isle als belangrijk knooppunt in de routes van vele trekvogels. In 1906 werd de eerste waarnemer van het Bird Observatory aangesteld. Een Fair Islander, de grootvader van Ann Sinclair, die het museum beheert. Ik verwonder me over het feit dat zich toen in die kleine populatie van voornamelijk schapenboeren, ook mensen bevonden met voldoende kennis van vogels om waarnemer te worden. Maar zo raar blijkt dat niet te zijn: ‘De mensen hier, die aten die vogels’, vertelt Ann droogjes, ‘en ze wisten heus wel wat ze aten.’
Ook buiten de vogeltrek laat Fair Isle vogelliefhebbers aan hun trekken komen. Vooral in de vroege zomer, als duizenden zeevogels broeden op de steile kliffen. De bemanning van het Bird Observatory heeft het dan razend druk met vogeltellingen. Als ware alpinisten hangen ze aan de hoge kliffen om de nesten van de zeevogels te inspecteren. Anderen trotseren de duikaanvallen van de grote en kleine jagers, om de nesten van deze vogels in de uitgestrekte heidevelden te tellen.
We hebben, na ons eerste bezoek, de Vlieger nog verschillende malen in North Haven afgemeerd. We vinden het nog altijd heerlijk om zodra de boot aan de kant ligt, onze zeillaarzen te verwisselen voor stevig wandelschoeisel en te gaan struinen op het eiland. En iedere keer opnieuw raken we diep onder de indruk van de volgelrijkdom op dit eiland. Duizenden alken en zeekoeten bevolken de kliffen. Bovenop de kliffen in kleine holen in het korte grasland, broeden papegaaiduikers. En wat dieper het land in treffen we broedende Noordse sterns, kleine- en grote jagers. Hun felle duikvluchtaanvallen maken een wandeling tot een enerverende bezigheid.
Ondanks die enorme vogelrijkdom blijkt het echter helemaal niet zo goed te gaan met de zeevogels in de noordelijke Noordzee. Biologen produceren rapporten vol ontmoedigende grafiekjes met neergaande lijntjes. Het blijkt dat de vogels grote moeite hebben hun kroost groot te brengen. Er is eenvoudigweg niet voldoende voedsel te vinden. En dat komt, zo lijkt het, door een mix van visserij en klimaatverandering.
De sleutel in het verhaal vormt de zandspiering, een klein zilverkleurig visje. Dat visje is, zoals biologen dat met weinig culinair gevoel zeggen, het stapelvoedsel voor de rond Shetland broedende zeevogels. Zandspiering werd massaal bevist voor de vismeel industrie. De visserij is intussen stevig aan banden gelegd. Maar of dat nog op tijd is moet nog blijken. Klimaatverandering doet er nog een schepje bovenop. Die beïnvloedt niet direct de zandspiering, maar wel de voedselketen, waarin de zandspiering een cruciale rol speelt. Het is ook in zee een kwestie van eten en gegeten worden. Door de opwarming treden er verschuivingen op in het voorkomen van plankton, en dat plankton is op zijn beurt het voedsel van de zandspiering. Door de verschuivingen is er onvoldoende voedsel beschikbaar is voor de zandspiering, en daardoor dus ook voor de vogels. Een hele keten stort in.
Maar voor ons als incidentele bezoeker blijft dat treurige verhaal verscholen achter de schijnbaar nog altijd enorme aantallen vogels.
Fair Isle is nog geen vijf kilometer lang en krap twee-en-een-halve kilometer breed. Er wonen ongeveer 70 mensen. Hun verbindingen met de buitenwereld lopen via Mainland, Shetland. Daarvandaan vliegt enkele malen per week een vliegtuigje naar Fair Isle. Daarnaast is er de Good Shepherd IV die enkele malen per week vanuit Northhaven naar Sumburg op Mainland Shetland vaart.
Northhaven biedt overigens geen faciliteiten voor jachten, er is geen elektriciteit en de kade bestaat uit het soort damwand waar je stootwillen maar weinig tegen uithalen. Meestal zijn er wel enkele echt grote fenders op de kade te vinden die je kunt lenen om je boot tegen af te meren. Als het druk is in Northhaven, veel zeilers onderweg naar Shetland maken hier een tussenstop, en zeker als dan ook nog de Good Sheperd aan de kade ligt, kan het nodig zijn tegen het staketsel van de pier af te meren. En dat vraagt wel enig kunst en vliegwerk voordat de boot veilig ligt. Voor ons zijn het ongemakken die volledig wegvallen tegen alles wat Fair Isle te bieden heeft.

Dit verhaal verscheen in het eerste nummer van 2014 van de Drietand, het blad van de Kustzeilers.