31 augustus 2012

Tropische verrassing: vakantietrip naar de Scilly eilanden

‘Ah de Scilly eilanden’, zucht de uitbater van de roemruchte Bosun’s Locker Chandlery in Falmouth, als we hem over de bestemming van onze reis vertellen. ‘Op een mooie zomerdag is het daar net of je op een tropisch eiland bent’. Hij mijmert nog even verder over hagelwitte stranden, palmbomen en tropische bloemen. Maar het weer heeft nog helemaal niets tropisch als we Newlyn binnenlopen, onze laatste haven voor de Scilly’s.

De steigers glimmen in de gestage miezer. We doeken de druipende zeilen op en grinniken om de “chaos” mopperende havenmeester. Er zijn meer jachtjes die op weg naar de Scilly eilanden een stop maken in Newlyn, en daar had hij kennelijk niet op gerekend.
De volgende dag schijnt de zon volop maar laat de wind het afweten. Meer dan een kleine 6 knoopjes zitten er niet in. Te weinig om zeilend op tijd voor het tij bij de St Mary’s Sound te zijn.
We starten de motor en ronken rustig westwaarts. De vlakke zee biedt een mooie kans zeeleven te spotten. We zien bruinvissen, dolfijnen en een spastisch met de rugvin flapperende maanvis. Mooi op tijd voor het tij tuffen we de St. Mary’s Sound in. We pikken een mooring op bij Hugh Town, op St. Mary's. De Scilly eilanden liggen een kleine 30 mijl zuidwestelijk van Lands End. De archipel bestaat uit 140 eilanden. Daarvan zijn er niet meer dan 5 bewoond. St. Mary’s is met ruim 6km2 het grootste eiland, ongeveer een zevende van ons Schiermonnikoog. Bryher is het kleinste bewoonde eiland met een oppervlak van iets meer dan 1 km2. En de talloze onbewoonde eilanden zijn nog kleiner.
Klein is ook het baaitje bij Hugh Town, althans in verhouding tot het aantal moorings wat er in is gelegd. De moorings liggen voor ons gevoel dan ook angstaanjagend dicht bij elkaar. ‘Het gaat meestal goed’, zegt de havenmeester die de volgende ochtend de mooring fee komt incasseren. Hij legt het dilemma uit: enerzijds zoveel mogelijk zeilers een plekje kunnen bieden en anderzijds voorkomen dat schepen elkaar raken. We proberen ons het volle baaitje voor te stellen als er een stevige deining vanuit de oceaan binnen loopt. Maar ook dan gebeuren er volgens de havenmeester geen ongelukken. Hij stelt me maar ten dele gerust. Gelukkig is het rustig weer en houdt de oceaan zich koest.
We gaan de wal op om St Mary’s te verkennen. De zon breekt door en we herkennen het tropische gevoel wat ons bij de chandlery in Flamouth beloofd werd. We maken een lange wandeling en eindigen de dag in een van de pubs in Hugh Town. Intussen wordt het steeds drukker in het baaitje.
De noordoostenwind brengt talloze Franse zeilers deze kant op. Zij vormen meestal een meerderheid, leren we de volgende ochtend van de havenmeester. En meestal ligt er ook wel een Nederlands jacht, zo verzekert hij ons. ‘En de Hollanders hebben altijd mooie boten’.
We besluiten een baaitje verderop te gaan. We hebben ons oog laten vallen op New Grimsby Road, tussen Bryher en Tresco. Via het North Channel zeilen we om het door rotsen omgeven Bryher heen en duiken dan de diepe baai in. Er liggen enkele moorings die allemaal bezet zijn. Maar er is ruimte genoeg om te ankeren. Het heldere water maakt dat we eenvoudig een plek zonder plantengroei kunnen uitzoeken om het anker uit te gooien.
We besluiten om eerst Bryher te gaan verkennen. Het eiland blijkt klein genoeg om in een middag rond te wandelen. Vanaf de ferry pier lopen we eerst noordwaarts, naar de ruige Atlantische kust. Onderweg zien we het subtropische karakter van de begroeiing plaats maken voor de haast Schots aandoende heide-begroeiing die de door weer en wind gegeselde noordkust kenmerkt. Op onze weg terug maakt de ruige heidebegroeiing weer plaats voor de tropische kleurenpracht die we al van St. Mary’s kenden. En dat alles op een eiland wat maar net groter is dan 1 km2.
De volgende dag peddelen we ons bijbootje de andere kant op, naar Tresco. Tresco blijkt een tikje mondain. Hier hebben zich duidelijk de rijke vutters en pensionado’s gevestigd. We wandelen via de roemruchte Abbey Gardens en het dorpje Old Grimsby het eiland rond. Als we weer in de kuip zitten besluiten we dat we Bryher leuker vinden dan Tresco, maar is dat omdat het kleinschaliger is, ruraler of vriendelijker? De opvarenden van de Pjotter, die wat verderop liggen en even langs wippen, weten het te benoemen: Bryher heeft het Vlieland gevoel!
Intussen zien we op de weerkaarten een lelijk diepe depressie onze kant opkomen. Het MET-office heeft het zelfs over een unseasonably deep low en in de oceaan zuidwestelijk van ons spookt het alweer lekker. We besluiten dat het beter is weer een wat meer beschutte haven op te zoeken, bergen de bijboot op, maken de zeekooien weer in orde en halen na nog een mooie rustige nacht het anker op. Het belooft een mooie rustige zeildag te worden, er staat voldoende wind en het tij geeft ons een mooi duwtje in de rug. In de St. Mary’s Sound pakken we de kijker om te kijken of het nog zo druk is bij Hugh Town. Er blijkt bijna geen boot meer te liggen.

We publiceerden dit verhaal in Ziltmagazine nr 84 (2013).