21 juni 2010

Vestfirdir: voorjaar vieren

Het kan dan wel al eind juni zijn, hier in het noorden van IJsland is het volop voorjaar. De pinksterbloemen bloeien nog uitbundig, net als de dotters. En de orchideetjes staan nog maar net in de knop. Toen we gisteren vanuit Bolungarvik via het Tungudalur omhoog klommen, waren de watersnippen in de natte graslanden achter Holskirkja nog druk aan het baltsen.
Watersnippen op de versiertoer plooien hun staartveren zo dat er, als ze zich in de baltsvlucht laten dalen, een zoemend geluid ontstaat. We hoorden het doorlopend. Die snipjes hadden echt het voorjaar in de bol. Wat verder omhoog liepen we tussen velden met sneeuw.
Vandaag maakten we met de Vlieger een kleine zeilcruise door de Jokulfirdir, de meest noordelijke van de Vestfirdir (Westfjorden). En hier ligt de sneeuw nog tot op zeeniveau. En hoewel de luchttemperatuur navenant is, is het prachtig weer. We hadden daardoor een prachtig zicht op de Drangajokull gletcher. Na ons aan de gletcher vergaapt te hebben zeilden we onder klein tuig, met pittige valwinden op de kont, naar de Veideysufjordur. Daar hebben we achter de eyri, een kleine landtong, ons anker uitgegooid. Om ons heen niets anders dan sneeuwvelden, watervallen en wild grasland. Verder is het hier leeg, er zijn geen wegen, er wonen geen mensen. Door de Drangajokull is het gebied over land nauwelijks bereikbaar. Het barre klimaat wat hier bovendien heerst, zorgde er voor dat in de jaren vijftig de laatste bewoners dit deel van IJsland verlieten. De enige levende wezens om ons heen zijn de eidereenden met hun kroost. Het is immers voorjaar.